gewijzigd: 24 Mei 2017 
Nieuws
Over ons
Rubrieken
Optredens
De HohnerBoys nader bekeken
Historie
Agenda Spijk
Terug naar Spijk aan de Linge

© Spijk aan de Linge
 
Mondaccordeonvereniging HohnerBoys : Rubrieken

Historie

De Hohner Boys kennen een rijke historie. Lees meer over de afgelopen 60 jaar, over o.a. de verschillende dirigenten en de Lingemuzikantjes. Hierna een terugblik na ruim 60 jaar vereniging.

Dat is natuurlijk niet allemaal vanzelf gegaan.

 

We nemen u terug mee in de tijd, in een tijdbeeld hoe het zoal gegaan moet zijn bij de oprichting en hoe het er vroeger aan toe ging. Dat wekt sowieso bewondering in een tijd waarin de mensen weinig of geen middelen hadden, maar wel veel initiatief toonden.

 

Een terugblik.

In die tijd van net na de oorlog kwam natuurlijk, zoals overal in Nederland, ook het verenigingsleven in Spijk tot ontwikkeling.

Zo werd dus ook onze vereniging door enkele enthousiaste mensen letterlijk leven in geblazen.

Er zijn vast wel onder er u, die zich nog enkele bekende namen weten te herinneren van dat beginmoment, zoals Maar Bron, Theunis Golverdingen, Bas Rombout.

Maar ook de namen van Alie van Wilgen, Henk Roza staan dan reeds in de boeken.

Als we op die 60 jaar terugkijken, is het toch wel gedenkwaardig te noemen, dat vanaf de oprichting deze mensen die toen lid geworden zijn en bij onze vereniging meer dan  60 jaar gebleven zijn?

 

Aldus begon de vereniging, die bij de start 63 leden telde, met eigenlijk niet meer dan een lijst van mensen en wellicht wat zelf meegebrachte instrumenten.

De lijst bevatte zelfs 27 mensen, die niet in een partituur-indeling stonden benoemd.

De vereniging  werd bij oprichting meteen lid van de al langer bestaande Bond van Mondaccordeonverenigingen, die de vereniging adviseerde bij hun eerste activiteiten zoals:

hoe kom je aan instrumenten, maar ook, hoe kom je aan repetitieruimte?

 

Een grappige passage in een brief van de Bond met een advies daarin luidde als volgt. “De Italiaanse instrumenten die ingevoerd zijn, kosten maar zeven gulden vijftig, maar ze zijn beroerd slecht en zijn voor verenigingen praktisch onbruikbaar.” Ook opmerkelijk is, dat die brief is ondertekend met een handtekening van de secretaris met potlood!

 

Wist u, dat er in die tijd een nationaal toewijzingsbeleid was om instrumenten te kunnen krijgen?

Ik vond een kaartje van “Hohner Service Nederland”, die melding deed aan de vereniging dat zij van de Subcommissie voor Mondharmonica’s een toewijzing voor instrumenten voor onze vereniging hebben ontvangen.

Vermeldenswaard is trouwens ook, dat de postzegel op dat kaartje voor cultureel drukwerk 2 cent kostte, terwijl men voor een briefkaart toen al wel 6 cent moest betalen.

 

U kunt zich voorstellen, dat het in die tijd een grote uitgave was om in één keer voor zoveel leden instrumenten aan te schaffen.

Dus werd er een verloting georganiseerd.

Maar dat daarvoor aan “Excellentie den Minister van Justitie in Den Haag” schriftelijk toestemming moest worden gevraagd, is nu toch niet meer in te denken?

En als u nou denkt dat dat verstrekken van de vergunning een wassen neus was, dan heeft u het mis, want aan de toenmalige voorzitter werd een schrijven gericht met de mededeling van de Officier van Justitie, dat nog “enige nadere inlichtingen werden verlangd”.

En dat daartoe aan hem werd verzocht “om deze zo spoedig mogelijk ten gemeentehuize te verstrekken.”

Des te schrijnender is het, om te moeten vernemen, dat later in een schrijven van gemeente Heukelum namens de Minister van Justitie het bericht kwam, dat de toestemming tot het houden van een loterij, niet kon worden verleend.

Waarom niet, en hoe toch die instrumenten werden bekostigd, dat is niet aangetroffen in onze archieven.

 

Dan moest er ook nog oefenruimte gevonden worden.

De min of meer vanzelfsprekendheid dat we nu over een prachtige accommodatie in Spijk mogen beschikken, het mooiste dorpshuis van Lingewaal, mag eigenlijk best als bijzonder worden bestempeld.

 

Afijn.

Een repetitieruimte werd toen gevonden in de gemeentelijke Openbare school, die toen voor 20 gulden per jaar als vergoeding ‘voor vuur en licht’ mocht worden gebruikt .

Mits, en dat werd nadrukkelijk vermeld in de vergunning, citaat: “er mocht geen vuilnis zoals sigarettenpeukjes, as, papiersnippers, stukken van vruchten enz. enz. worden achtergelaten. Zodat het personeel der school en de schoonhoudster daarvan geen hinder zou ondervinden.”

Overigens was er geen garantie, dat op gewenste tijdstippen dat vuur en dat licht er ook altijd was. Dat gaf nogal eens ruzie tussen de vereniging, het schoolhoofd  en de gemeente, die de kolen moest betalen en soms een schoolvakantie wat liet verlengen om kolen te besparen. Dan zaten de muzikanten dus in de kou.

Al vanaf 1948 zijn door de gezamenlijke verenigingen bij voortduring pogingen gedaan om een apart verenigingsgebouw te realiseren. Dat lukte pas veel later. In de jaren 70 waren we wat blij met het inmiddels alweer enige jaren geleden gesloopte oude houten dorpshuis.

 

Dan nog de uniformen.

Omdat er toen nog geen uniformen waren was dat best een bonte boel.

Enkele jaren later werd er wel uniforme kleding gedragen, kleding die voor een groot deel door eigen inzet werd vervaardigd.

 

Ook werd er natuurlijk muziek aangeschaft. In die tijd werd nog volop muziek geschreven voor mondaccordeons. Zo troffen we in de archieven een rekeningetje aan van uitgeverij “Accordea” voor de aanschaf van de wals Julia, die kostte 10 cent plus 2 cent porto.

 

Met het geven van uitvoeringen en deelnemen aan concoursen werd onze vereniging een bekende en ook een hechte club.

Veel over vroeger tijden, over de concoursen, en over de kweekvijver van de Lingemuzikantjes etcetera.   kan nog smakelijk door Henk Roza en Alie Bronkhorst worden verteld vanuit hun lange periode bij de vereniging.

Het gaat te ver hier nu heel veel van die verhalen te vertellen.

 

Enkele kleine dingen wil ik u niet onthouden.

Humor was er natuurlijk volop in die tijd.

In de notulen van een jaarvergadering staat bijvoorbeeld geschreven, dat na de ziekte van de dirigent, zijn vrouw, als blijk van waardering voor zijn verpleging, zij een klein bloemetje kreeg met de grote dank van de vereniging.

 

Nog eentje: “De kascommissie deelde mede dat alles in orde was bevonden en dankte de deskundige voor de uitleg, zodat ze het nu ook nog begrepen hadden.”

 

Een voorstel van de leden om koffie te drinken in de pauze kwam er niet door, met als reden, dat er teveel tijdverlies zou ontstaan voor de muziekstudie. Jaja, dat waren nog eens zuinige tijden.

 

Dan de dirigenten.

Alle dirigenten zijn honkvast gebleken.

Zou dat komen omdat we zulke makke schapen zijn?

In ieder geval is er in al die jaren geen enkele dirigent weggelopen of weggestuurd.

Na de heer Tuinenburg die dirigent was tot 1984 en de heer Bronkhorst, die ons geleid heeft tot eind 1991, heeft dhr. de Joode de jaren daarna de muzikale leiding over onze vereniging verzorgd.

Dat beperkt zich niet alleen tot het muzikaal leiding geven, maar tevens de vertaling van alle muziek naar geschiktheid voor mondaccordeon. Wij beseffen ons goed, indien dit niet een hobby zou zijn, het dan voor onze vereniging vrijwel onmogelijk wordt om te functioneren, en dus voor u en anderen zeg maar luisterbare muziek ten gehore te brengen.

Toch kennen wij bij de bezetting van alle gewenste instrumenten steeds meer onze grenzen en beperkingen. Waardoor we modern geschut in stelling hebben moeten brengen om zowel de bas, als de tweede partij te laten horen met een keyboard.

 

Vandaar dat wij u van harte uitnodigen, om te bezien en te beluisteren of dat wat wij ten gehore gaan brengen u aanspreekt, en eens nader kennis te maken op onze verenigingsavond op de maandagavonden.

Wat let u, de praktijk leert, dat onze leden, als men eenmaal lid is ook trouw blijft, getuige de lange lijst van jubilarissen.

 

Tot zover een terugblik van ruim 60 jaar vereniging!